Locaties
Informatie Grote of St. Bavokerk te Haarlem
De hervormde Grote of St.-Bavokerk werd voor het laatst gerestaureerd in 1980-1985. Het is een laat-gotische kruisbasiliek met slanke kruistoren (gerestaureerd 1964-1969). Middenbeuk en koor zijn gedekt door houten gewelven (16de eeuw). Veel van het meubilair dateert van voor de beeldenstorm: koorhek (1509-1517), koorbanken (1512), later beschilderd met familiewapens, koperen lezenaar met pelikaan (1499) door Jan Fierens uit Mechelen. De Bavo heeft een rijk versierd orgel van Christian Müller (1738; in 1961 gerestaureerd door de Deense orgelbouwers Marcussen), waarvan het front is uitgevoerd door Jan van Logteren; het marmeren reliëf daaronder is uitgevoerd door Jan-Baptist Xavery.
Orgel
De voornaamste blikvanger in de Grote Kerk is het indrukwekkende Müller-orgel uit 1738, het meest afgebeelde instrument ter wereld. Het beslaat de gehele westmuur van de kerk en meet van de grond af bijna 30 meter. In het hoogoprijzende middengedeelte zijn duidelijk de boven elkaar geplaatste ‘werken’ (rugwerk, hoofdwerk en bovenwerk) te onderscheiden, aan weerszijden geflankeerd door twee enorme ‘pedaaltorens’, waarin pijpen van bijna 11 meter lang (32 voet) staan opgesteld. Het orgel is rijk verguld en gedecoreerd met ruim 25 meer dan levensgrote beelden, alle gemaakt door de Amsterdamse beeldhouwer Jan van Logteren. De bekroning van het geheel wordt gevormd door twee leeuwenfiguren met het wapen van Haarlem.
Het orgel werd spoedig na zijn voltooiing een toeristische attractie van internationale allure en is dat nog steeds. Het werd bespeeld door G.F. Händel in 1740 en ’50, die er speciaal voor omreisde, en in 1766 door de toen 10-jarige Mozart. In de zomer trekken de stads-orgelconcerten elke week vele bezoekers. Deze toestroom wordt nog versterkt tijdens het tweejaarlijks gehouden Internationaal Orgelfestival.
Met het Haarlemse orgel heeft zijn maker, de van oorsprong Duitser Christiaan Müller zich geplaatst onder de grote orgelbouwers, niet alleen van zijn tijd, maar van alle tijden. Hoewel diverse malen ingrijpend gerestaureerd – de laatste grote restauratie werd in 1959-60 verricht door de Deense firma Marcussen – heeft het orgel zijn oorspronkelijke concept behouden met nog ca. 90% van het oude pijpwerk. De Zaanse orgelbouwfirma Flentrop, die het orgel in onderhoud heeft, verrichtte in de afgelopen jaren een aantal herintonatie-werkzaamheden, waardoor de klank het origineel weer dicht benadert. Die klank laat zich omschrijven als breed, voornaam, en ondanks de talloze kleurschakeringen uitzonderlijk homogeen. Beroemd zijn de Cornet, het register dat geplaatst werd om de melodie van het psalmgezang mee te kunnen versterken, en de Vox Humana, ofwel nabootsing van de menselijke stem, waarvan we weten dat Händel er zeer van gecharmeerd was. Vanzelfsprekend draagt ook de voortreffelijke akoestiek van de kerk bij aan de klankschoonheid van het instrument.
Enkele technische gegevens: het orgel telt ruim 5000 pijpen, verdeeld over 64 registers, met drie manualen en pedaal. De kas is van grenenhout en mahoniekleurig geverfd; alle pijpen zijn van metaal (een legering van lood en tin). De speel-registertractuur is mechanisch (vernieuwd in 1960). De stemming is gelijkzwevend, een concessie aan de huidige concertpraktijk, waarbij niet alleen barokmuziek, maar muziek uit alle stijlperiodes wordt uitgevoerd.
De huidige dispositie is als volgt:
| Hoofdwerk | Rugwerk | ||
| Praestant | 16' | Prestant | 8' |
| Bourdon | 16' | Quintadena | 8' |
| Octaaf | 8' | Holpijp | 8' |
| Roerfluit | 8' | Octaaf | 4' |
| Viola di Gamba | 8' | Fluit Douce | 4' |
| Roerquint | 6' | Speelfluit | 3' |
| Octaaf | 4' | Super Octaaf | 2' |
| Gemshoorn | 4' | Sesquialter | 2-4 st. |
| Quint-prestant | 3' | Cornet (D) | 4 st. |
| Woudfluit | 2' | Mixtuur | 6-8 st. |
| Tertiaan | 2 st. | Cymbaal | 3 st. |
| Mixtuur | 4-10 st . | Fagot | 16' |
| Scherp | 6-8 st. | Trompet | 8' |
| Trompet | 16' | Trechterregaal | 8' |
| Trompet | 8' | Tremulant | |
| Hautbois | 8' | ||
| Trompet | 4' | ||
| Bovenwerk | Pedaal | ||
| Quintadena | 16' | Principaal | 32' |
| Praestant | 8' | Praestant | 16' |
| Quintadena | 8' | Subbas | 16' |
| Baarpijp | 8' | Roerquint | 12' |
| Octaaf | 4' | Octaaf | 8' |
| Flagfluit | 4' | Holfluit | 8' |
| Nasard | 3' | Quintprestant | 6' |
| Nachthoorn | 2' | Octaaf | 4' |
| Flageolet | 1 1/2' | Holfluit | 2' |
| Sesquialter | 2 st. | Ruischpijp | 4 st. |
| Cymbaal | 3 st. | Bazuin | 32' |
| Schalmei | 8' | Bazuin | 16' |
| Dolceaan | 8' | Trompet | 8' |
| Vox Humana | 8' | Trompet | 4' |
| Tremulant | Cink | 2' | |
| Koppels | |||
| Hoofdwerk | - | Bovenwerk | |
| Hoofdwerk | - | Rugpositief | |
| Pedaal | - | Hoofdwerk | |
| Pedaal | - | Bovenwerk | |
| Pedaal | - | Rugpositief |
Informatie Bovenkerk te Kampen
De St. Nicolaas- of Bovenkerk te Kampen is een gotische kruisbasiliek, waarvan de onderbouw van de toren en het benedengedeelte van schip en transept uit de 13e eeuw dateren. In de tweede helft van de 14e eeuw werd het prachtige koor met omgang en kapellenkrans gebouwd; het is ook nu nog steeds het indrukwekkendste gedeelte van de Bovenkerk. Het is gebouwd naar de inzichten van bouwmeester Rutger van Keulen.
Rond 1450 begon men de oude hallenkerk met haar betrekkelijk laag schip aan te passen aan de architectuur van het zoveel hogere basilicale koor. Het schip van de kerk werd uitgebouwd met dubbele zijbeuken en de oude toren werd vernieuwd en vergroot. De Bovenkerk in zijn huidige gedaante dateert uit de 2e helft van de 15e eeuw. In het begin van de 19e eeuw besloot het stadsbestuur de toren opnieuw te verhogen, waarna kerk en toren meer een harmonieus geheel vormen. De Bovenkerk is samen met de Nieuwe Toren en de OLV - Buitenkerk beeldbepalend voor het Kamper stadsgezicht.
Hoofdorgel
In 1742 bouwde Albertus Antoni Hinsz een nieuw instrument in een geheel nieuwe orgelkas met gebruikmaking van veel pijpwerk uit het vorige orgel. Het oudste pijpwerk dateert uit 1629 en van de hand van Jan Morlet. In 1788 werd het orgel uitgebreid door H.H. Freytag en F.C. Schnitger die een vrij pedaal en een borstwerk plaatsten. Tussen 1790 en 1957 werd het orgel onderhouden door onder meer van Gruisen, Scheuer, Naber, van Dijk en Proper, die slechts enkele dispositiewijzigingen aanbrachten.
Een grote orgelrestauratie kwam gereed in 1975 en werd uitgevoerd door Bakker & Timmenga uit Leeuwarden onder advies van Feike Asma, Dr. Maarten Vente en Willem Hendrik Zwart. Uitgangspunt van deze restauratie was de oorspronkelijke toestand van 1788 met handhaving van pijpwerk van later datum. Dit pijpwerk vond een nieuwe plaats op het zogenaamde ‘tweede bovenwerk’, een nieuwe windlade met daarop 8 stemmen. Dit werk is bespeelbaar vanaf het derde manuaal door middel van een koppel Bovenwerk I aan Bovenwerk II.
De huidige dispositie is als volgt:
| Hoofdwerk | Rugwerk | ||
| Praestant | 16' | Praestant | 8' |
| Bourdon | 16' | Holpijp | 8' |
| Praestant | 8' | Octaaf | 4' |
| Holpijp | 8' | Fluit | 4' |
| Octaaf | 4' | Gedakt Quint | 3' |
| Fluit | 4' | Octaaf | 2' |
| Quint | 3' | Fluit | 2' |
| Superoctaaf | 2' | Sifflet | 1' |
| Mixtuur B/D | 3-5 st | Sexquialter D | 3 st |
| Tertiaan | 2 st | Mixtuur | 3-4 st |
| Scherp | 3 st | Fagot | 16' |
| Trompet B/D | 16' | Tremulant | |
| Trompet | 8' | ||
| BvW II | |||
| BvW I | Holpijp | 8' | |
| Praestant | 8' | Salicionaal | 8' |
| Roerfluit | 8' | Fluittravers | 8' |
| Quintadeen | 8' | Principaal | 4' |
| Fluit | 4' | Spitsfluit | 2' |
| Octaaf | 4' | Flageolet | 1' |
| Speelfluit | 3' | Carillon D | 3 st |
| Germshoorn | 2' | Trompet | 8' |
| Nassat | 1 1/3' | ||
| Scherp | 3 st | Borstwerk | |
| Vox Humana | 8' | Gedakt B/D | 8' |
| Tremulant | Fluit B/D | 4' | |
| Woudfluit | 2' | ||
| Pedaal | Dulciaan | 8' | |
| Praestant | 16' | Tremulant | |
| Subbas | 16' | ||
| Octaaf | 8' | Koppels | |
| Gedekt | 8' | Pedaal | Hoofdwerk |
| Roerquint | 6' | Hoofdwerk | Bovenwerk |
| Octaaf | 4' | Hoofdwerk | Rugwerk |
| Open Fluit | 2' | BvW I | BvW II |
| Bazuin | 16' | Bovenwerk | Borstwerk |
| Trompet | 8' | ||
| Cornet | 4' |